ECLI:NL:RBDHA:2022:15902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2020 en 2021, in een voorziening voor pleegzorg. De eerdere machtiging en ondertoezichtstelling waren verlengd tot respectievelijk maart en september 2023.
De moeder van de kinderen vertoont nog steeds veel instabiliteit op verschillende levensgebieden, waaronder het ontbreken van een vaste woning en het niet voortzetten van een behandeling voor cannabisverslaving. De kinderen verblijven sinds kort in een perspectief biedend pleeggezin waar zij zich positief ontwikkelen en gehecht zijn aan de pleegouders. Omgang met de moeder vindt begeleid plaats.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, zoals genoemd in artikel 1:265b lid 1 BW, nog steeds aanwezig zijn. De situatie van de moeder is onveranderd en onvoldoende stabiel om de kinderen een veilige en stabiele opvoedomgeving te bieden. Daarom wordt de machtiging verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 28 september 2023.
De beschikking is mondeling gegeven op 13 maart 2023 en schriftelijk vastgesteld op 28 maart 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak door de verzoeker en belanghebbenden.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de twee minderjarige kinderen wordt verlengd tot 28 september 2023.