ECLI:NL:RBDHA:2022:15876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene en verblijfsvergunning onbepaalde tijd wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft aanvragen ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Deze aanvragen zijn door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen wegens het niet voldoen aan het middelenvereiste, dat vereist dat de vreemdeling duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar deze zijn gehandhaafd. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat beide partijen zich hadden afgemeld.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en oordeelt dat eiser niet voldoet aan het middelenvereiste. Eiser heeft aangevoerd dat hij op grond van de Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf B7/2.1.1, in aanmerking komt voor vrijstelling vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank stelt vast dat deze vrijstelling niet analoog toegepast kan worden op de aanvragen voor langdurig ingezetene en verblijfsvergunning onbepaalde tijd, aangezien deze niet voor gezinshereniging zijn bedoeld. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de aanvragen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvragen voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene en verblijfsvergunning onbepaalde tijd is ongegrond verklaard.