ECLI:NL:RBDHA:2022:15748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken van 15c-situatie in Zuid-Sudan
Eiser, een Zuid-Sudanese asielzoeker van de Nuer-stam, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, die allen werden afgewezen. Hij vreesde vervolging en geweld bij terugkeer vanwege stammenconflicten, moorden in zijn omgeving en een mogelijke eerwraak.
De staatssecretaris achtte het asielrelaas geloofwaardig maar concludeerde dat de situatie in Zuid-Sudan niet zodanig ernstig is dat iedere burger risico loopt op willekeurig geweld, zoals vereist onder artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Ook de vrees voor eerwraak werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin dezelfde situatie werd beoordeeld en bevestigde dat er geen nieuwe feiten zijn die tot een ander oordeel leiden. De algemene veiligheidssituatie is zorgelijk maar niet uitzonderlijk ernstig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen voorlopige voorziening toegekend en ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een 15c-situatie in Zuid-Sudan.