ECLI:NL:RBDHA:2022:15695

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2022
Publicatiedatum
20 maart 2023
Zaaknummer
NL22.3509
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn toegekend

Verzoeker is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 13 april 2021. Nadat verweerder alsnog een besluit heeft genomen, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding voor proceskosten gevraagd.

De rechtbank stelt vast dat verweerder geen bezwaar heeft tegen het betalen van de proceskosten. Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank de proceskosten aan de wederpartij opleggen.

De rechtbank bepaalt dat de proceskosten van verzoeker, inclusief het griffierecht van €184, worden vastgesteld op €379,50. De zaak wordt als licht van gewicht beoordeeld omdat het enkel ging om de overschrijding van de beslistermijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten en griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3509
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Noslin).
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 4 april 2022 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoeker is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 13 april 2021. Verweerder heeft een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 759,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoeker betalen.

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 379,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- dat eiser heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 december 2022

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.