Betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 4 km/u op de A12 buiten de bebouwde kom te ’s-Gravenhage. De opgelegde sanctie bedroeg €34 inclusief administratiekosten. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, waarna de officier van justitie het beroep ongegrond verklaarde.
Op de zitting van 1 juli 2022 werd het beroep behandeld. Betrokkene voerde aan dat hij harder reed omdat hij zijn gevallen zoon tijdens het rijden moest kalmeren. De kantonrechter oordeelde dat deze omstandigheden niet zwaar genoeg waren voor volledige matiging, maar matigde de boete ambtshalve tot €31, omdat het sanctiebedrag per 1 maart 2022 was verlaagd van €25 naar €22 exclusief administratiekosten.
De kantonrechter wees een proceskostenvergoeding af omdat de verlaging van de boete slechts €3 bedroeg en het geschil van ondergeschikt belang was. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen €3 terug te betalen.