ECLI:NL:RBDHA:2022:15632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 27 juli 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 14 oktober 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek tot kostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen betaling. Omdat het besluit pas na het instellen van beroep is genomen, is vergoeding van proceskosten op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht passend.
De vergoeding wordt vastgesteld op € 379,50, zijnde de helft van het standaardtarief voor het indienen van een beroepschrift met professionele juridische hulp, aangezien de procedure alleen betrekking had op de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.