ECLI:NL:RBDHA:2022:15627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 3 juni 2022 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Pas op 22 september 2022 werd alsnog een beslissing genomen. Hierna heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk was. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, waaruit de rechtbank concludeert dat geen bezwaar bestaat tegen vergoeding.
Omdat verweerder pas na het instellen van beroep een beslissing nam, wordt verzoeker een vergoeding toegekend voor de gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt vastgesteld op €379,50, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de procedure.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.