ECLI:NL:RBDHA:2022:15598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 16 mei 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft verweerder op 27 juni 2022 alsnog een beslissing genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat impliceert dat er geen bezwaar is tegen betaling. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing heeft genomen, is vergoeding van proceskosten gerechtvaardigd.
De vergoeding wordt vastgesteld op €379,50, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van professionele juridische hulp met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.