ECLI:NL:RBDHA:2022:15580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft op 30 september 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder) moest binnen zes maanden beslissen, met een verlenging tot 29 december 2022. Eiser stelde verweerder op 28 april 2022 in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000 is het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet voldaan was aan de vereiste procedurele stappen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier J.M.T. Zoon op 15 december 2022. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.