ECLI:NL:RBDHA:2022:15557
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvragen wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eisers beroepen zich op het ontbreken van opvang en medische voorzieningen in Frankrijk, wat volgens hen in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en hun twee miskramen zou verklaren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk, waarbij het aan eisers is om te bewijzen dat dit niet op hen van toepassing is. Eisers zijn hierin niet geslaagd omdat zij geen bewijs hebben geleverd van structurele gebreken in het Franse asiel- en opvangsysteem of van het ontbreken van medische zorg.
De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden van eisers niet zodanig bijzonder en individueel zijn dat toepassing van artikel 17, lid 1, van de Dublinverordening vereist is. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inbehandelingneming van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.