ECLI:NL:RBDHA:2022:1550

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 februari 2022
Publicatiedatum
28 februari 2022
Zaaknummer
C/09/625675 / KG RK 22-223
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens kennissenkring

In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 28 februari 2022 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. Het verzoek werd ingediend door de rechter zelf, die belast was met de behandeling van de hoofdzaak tegen de verdachte. De reden voor het verzoek was dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.

De kamer overwoog dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden, zoals een persoonlijke relatie, aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid. Ook de uiterlijke schijn van partijdigheid speelt hierbij een rol.

Gezien de door de rechter aangevoerde omstandigheden werd het verzoek tot verschoning als terecht beoordeeld en toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter zal worden voortgezet, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het indienen van het verzoek.

De beslissing werd genomen in raadkamer door drie rechters en een afschrift van de beslissing is toegezonden aan alle betrokken partijen en de rechter zelf.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2022/3
Zaak-/rekestnummer: C/09/625675 / KG RK 22-223
Beslissing van 28 februari 2022
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. A.J. Milius,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met parketnummer 96/030919-22 van:
het Openbaar Ministerie,
vertegenwoordigd door mr. I.G.M. Oostrom, officier van justitie,
tegen
[verdachte] ,
wonende te [woonplaats] ,
verdachte,
bijgestaan door mr. E.P Eefting, advocaat te Assen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van 28 februari 2022.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:
 een procespartij of procesdeelnemer maakt onderdeel uit van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 28 februari 2022 door mr. S.M. Krans, mr. M.J. Alt-van Endt en mr. J.C. Sluymer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.