Uitspraak
Rechtbank den haag
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 28 februari 2022 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. Het verzoek werd ingediend door de rechter zelf, die belast was met de behandeling van de hoofdzaak tegen de verdachte. De reden voor het verzoek was dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.
De kamer overwoog dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden, zoals een persoonlijke relatie, aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid. Ook de uiterlijke schijn van partijdigheid speelt hierbij een rol.
Gezien de door de rechter aangevoerde omstandigheden werd het verzoek tot verschoning als terecht beoordeeld en toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter zal worden voortgezet, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het indienen van het verzoek.
De beslissing werd genomen in raadkamer door drie rechters en een afschrift van de beslissing is toegezonden aan alle betrokken partijen en de rechter zelf.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.