ECLI:NL:RBDHA:2022:15499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks medische noodzaak kind
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze is niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogt dat hij doelbewust naar Nederland is gereisd vanwege de ernstige medische situatie van zijn zoontje, die dringend behandeling nodig heeft.
De rechtbank stelt vast dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Italië het overnameverzoek heeft geaccepteerd. De rechtbank benadrukt dat de Dublinprocedure alleen bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en dat eiser dit niet heeft betwist.
Hoewel eiser vreest dat de medische zorg in Italië niet toereikend is, is dit volgens de rechtbank niet het toetsingskader van verweerder. Er is geen asielaanvraag van het zoontje zelf en verweerder mag ervan uitgaan dat de medische zorg in Italië gelijkwaardig is aan die in Nederland. Daarom is er geen aanleiding om de aanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.