Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd op 28 november 2022 door verweerder in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het belang van de openbare orde en de beschikbaarheid van noodzakelijke documenten voor zijn uitzetting naar Bulgarije.
Eiser voerde aan dat uitzetting binnen korte termijn niet mogelijk was en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank overwoog dat het hoger beroep geen schorsende werking heeft en dat eiser de uitspraak in hoger beroep niet in Nederland mag afwachten. Tevens is tijdens het gehoor voldoende gelegenheid gegeven om omstandigheden voor een lichter middel naar voren te brengen.
De rechtbank concludeerde dat een lichter middel niet effectief zou zijn omdat eiser niet wil terugkeren naar Bulgarije en de vertrekplicht sinds september 2022 niet is nagekomen. De maatregel van bewaring is niet onrechtmatig en het beroep en verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.