ECLI:NL:RBDHA:2022:15413

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
NL22.18982
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Oekraïense vreemdeling

Eiseres, een Oekraïense nationaliteit, diende op 26 februari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid moest in beginsel binnen zes maanden, dus uiterlijk 26 augustus 2022, op deze aanvraag beslissen.

Echter, op 28 februari 2022 trad een besluit- en vertrekmoratorium in werking voor vreemdelingen uit Oekraïne, waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot 26 augustus 2023. Eiseres stelde niet dat dit moratorium niet op haar van toepassing was.

Eiseres had een ingebrekestelling ingediend om binnen twee weken alsnog een beslissing te verkrijgen, maar deze was prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Zonder een geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingesteld. De rechtbank verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.18982
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres geboren op [geboortedatum] 1953 van Oekraïense nationaliteit V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij) en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Verweerder moet in beginsel uiterlijk binnen zes maanden van ontvangst van de asielaanvraag beslissen.3 Eiseres is afkomstig uit Oekraïne en heeft haar aanvraag ingediend op 26 februari 2022. Verweerder had dus in beginsel uiterlijk op 26 augustus 2022 op de asielaanvraag van eiseres moeten beslissen.
4. Met ingang van 28 februari 20224 heeft verweerder ten aanzien van vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne besloten tot het instellen van een besluit- en vertrekmoratorium als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. In artikel 1 van Pro dit besluit is
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
4 Staatscourant 2022, 6428.
bepaald dat het besluit- en vertrekmoratorium wordt ingesteld met ingang van de dag van inwerkingtreding van het besluit en voor de duur van zes maanden. Op grond van artikel 2 van Pro dit besluit is de beslistermijn verlengd met een jaar voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne, die een aanvraag indienen of hebben ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
5. Eiseres heeft niet gesteld dat het besluit- en vertrekmoratorium niet op haar van toepassing is en dat is ook niet gebleken. Daarmee is de beslistermijn verlengd met één jaar, tot en met 26 augustus 2023. De wettelijke beslistermijn is daarom niet verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling van eiseres prematuur is ingediend en niet geldig is. Zonder geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 november 2022

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.