ECLI:NL:RBDHA:2022:15411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij besluit- en vertrekmoratorium asielaanvraag
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 28 augustus 2021. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had volgens de Vreemdelingenwet 2000 in beginsel zes maanden om te beslissen op deze aanvraag.
Echter, op 20 augustus 2021 werd een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld voor vreemdelingen afkomstig uit Afghanistan, waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot 28 februari 2023. Hierdoor was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken op het moment dat eiseres een ingebrekestelling indiende.
Omdat een ingebrekestelling pas geldig is wanneer de beslistermijn is verstreken, oordeelde de rechtbank dat de ingebrekestelling prematuur was en dus niet geldig. Zonder een geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingesteld.
De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De zaak werd zonder zitting behandeld, omdat partijen geen zitting wensten. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 18 november 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.