Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen bestreden besluit 1 en 2 ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 26 oktober 2022 een terugkeerbesluit en een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij stelde dat het terugkeerbesluit in strijd was met artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, omdat hij in het bezit zou zijn van een geldige verblijfsvergunning van een lidstaat en hij volgens hem aan het bevel tot terugkeer naar Spanje had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij daadwerkelijk was vertrokken naar Spanje en dat hij niet voldeed aan de voorwaarden om vrij in het Schengengebied te reizen, mede omdat hij zich identificeerde met een Marokkaans identiteitsbewijs en een Spaans rijbewijs die niet als geldige reisdocumenten gelden. De zware gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder het risico op het ontduiken van toezicht, waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank verwierp het beroep tegen zowel het terugkeerbesluit als de maatregel van bewaring en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.