Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 21 oktober 2022 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd. Een dag later volgde een nieuw terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen, waarmee eiser Nederland onmiddellijk moest verlaten. De rechtbank oordeelt dat het verkorten van de vertrektermijn gerechtvaardigd was vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, onder meer omdat hij op een afgesloten haventerrein werd aangetroffen waar illegale uitreis naar Groot-Brittannië plaatsvindt.
Daarnaast legde de Staatssecretaris op 22 oktober 2022 een maatregel van bewaring op, gebaseerd op verschillende zware en lichte gronden uit het Vreemdelingenbesluit. Hoewel eiser enkele gronden betwistte, acht de rechtbank de overige gronden voldoende gemotiveerd en feitelijk juist om de bewaring te dragen. De maatregel werd op 4 november 2022 opgeheven nadat eiser een asielaanvraag had ingediend.
De rechtbank beoordeelt ook het verzoek om schadevergoeding in verband met de bewaring en concludeert dat de tenuitvoerlegging niet onrechtmatig was. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat er voldoende zicht is op uitzetting naar Marokko, mede vanwege de recente afgifte van laissez passers door de Marokkaanse autoriteiten. De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de terugkeerbesluiten en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.