ECLI:NL:RBDHA:2022:15397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit bij asielaanvraag
Eiseres diende op 5 augustus 2020 een asielaanvraag in, welke door verweerder op 10 september 2021 werd afgewezen wegens twijfel aan haar identiteit, nationaliteit en herkomst. Verweerder baseerde dit onder meer op een taalanalyse die concludeerde dat het accent van eiseres niet overeenkomt met Zuid-Somalië, maar eerder met Noord-Somalië of Djibouti. Eiseres bracht geen contra-expertise in en onderbouwde haar verklaringen met documenten van de Somalische ambassade die volgens de rechtbank onvoldoende overtuigend waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aan zijn vergewisplicht had voldaan, ondanks dat niet alle onderliggende stukken waren verstrekt. Eiseres had voldoende gelegenheid gehad om op de taalanalyse te reageren. Haar argumenten over het accent en de herkomst werden niet gevolgd, evenals haar betoog over de wijze van verkrijging van het Somalische paspoort, die niet strookte met het ambtsbericht.
Verder concludeerde de rechtbank dat de summiere kennis van Somalië door eiseres en haar tegenstrijdige verklaringen de geloofwaardigheid ondermijnden. De discussie over het terugkeerbesluit werd achterwege gelaten omdat de identiteit nog niet vaststond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.