ECLI:NL:RBDHA:2022:15389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens internationale bescherming in Denemarken en geen risico op indirect refoulement
Eiser, een Syrische nationaliteit, heeft in 2015 internationale bescherming gekregen in Denemarken, met een verlenging tot 2022. Na verblijf in Marokko diende hij in Nederland een asielaanvraag in, die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege zijn beschermde status in Denemarken.
De rechtbank oordeelt dat het verlopen van de verblijfsvergunning in Denemarken niet betekent dat de bescherming is beëindigd, mede omdat eiser niet heeft aangetoond dat zijn status is ingetrokken. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat een strafrechtelijke veroordeling in Denemarken tot intrekking leidt.
Eisers stelling dat hij bij terugkeer naar Denemarken risico loopt op indirect refoulement naar Syrië wordt verworpen, mede omdat hij niet heeft onderbouwd dat de Deense autoriteiten Syriërs uit zijn regio anders behandelen dan uit Damascus. Medische omstandigheden vormen geen belemmering voor terugkeer, omdat de gezondheidszorg in Denemarken vergelijkbaar is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om asiel af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard vanwege internationale bescherming in Denemarken en geen aannemelijk risico op indirect refoulement.