ECLI:NL:RBDHA:2022:15373
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse homoseksuele man wegens ongeloofwaardige verklaringen
Eiser, een Nigeriaanse man die zich als homoseksueel presenteert, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij werd in 2006 veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens betrapt worden met zijn vriend en in 2014 voor de verkrachting van een minderjarige jongen. Na zijn vrijlating vluchtte hij uit Nigeria uit angst voor represailles van zijn familie en die van het slachtoffer.
De staatssecretaris wees het asielverzoek af omdat de verklaringen van eiser over zijn seksuele gerichtheid en de omstandigheden van zijn strafbare feiten ongeloofwaardig en tegenstrijdig waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van het dossier en het gehoor, waarbij werd vastgesteld dat eiser wisselende verklaringen gaf over het moment van ontdekking van zijn homoseksualiteit, zijn omgang daarmee, en zijn relaties.
Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade. De verklaringen over zijn kennis van LHBTI-organisaties en de situatie van homoseksuelen waren niet overtuigend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning asiel afgewezen wegens ongeloofwaardige verklaringen.