Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, samen met haar twee minderjarige kinderen, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op 4 oktober 2022.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tevens heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de afwijzing tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 15 november 2022, samen met de hoofdzaak waarin op het beroep is beslist. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep (zaaknummer NL22.20458), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.L. Bressers op 9 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.