ECLI:NL:RBDHA:2022:15313
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 december 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren, maar de gemachtigde van verweerder wel.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaak NL22.23263), waardoor de voorlopige voorziening niet meer nodig was. Om die reden is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.