ECLI:NL:RBDHA:2022:15311
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Spanje in Dublinprocedure
Verzoeker, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, maakte bezwaar tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem over te dragen aan Spanje op grond van artikel 3.1 Vreemdelingenbesluit. Verzoeker stelde dat in Spanje ernstige tekortkomingen bestaan in de opvang en asielprocedure, met risico's op discriminatie, illegale detentie en indirect refoulement, onderbouwd met verwijzingen naar het AIDA-rapport van 2021 en 2022.
De verweerder stelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen en dat verzoeker geen persoonlijke ervaring had met de Spaanse asielprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had, omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing is en de aangevoerde rapporten geen concreet bewijs bevatten van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Verder werd geoordeeld dat verzoeker bij problemen in Spanje zich kan wenden tot de hogere autoriteiten en dat medische voorzieningen in Spanje vergelijkbaar zijn met andere lidstaten. De vrees voor indirect refoulement werd niet gevolgd. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de uitzetting naar Spanje kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Spanje wordt afgewezen.