ECLI:NL:RBDHA:2022:15310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening en proceskostenvergoeding na intrekking verblijfsvergunning
Verzoeker had een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd die op 6 augustus 2021 werd ingetrokken, met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg op 3 september 2021 een voorlopige voorziening om de uitzetting te voorkomen.
De Staatssecretaris verklaarde het bezwaar gegrond op 1 februari 2022, waardoor de dreiging van uitzetting kwam te vervallen. Verzoeker trok daarop het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staatssecretaris zich had tegemoetgekomen en veroordeelde hem tot vergoeding van de proceskosten van €759,- en het griffierecht van €181,-. De zaak werd zonder zitting afgedaan, en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.