Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Marokkaanse vreemdeling tegen twee besluiten tot bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De bewaring was opgeheven voordat de zaak werd behandeld, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was en of schadevergoeding toekwam.
De Staatssecretaris motiveerde de bewaring met zware gronden, waaronder eerdere inreizen, onttrekking aan toezicht en het niet naleven van terugkeerplichten. De eiser betwistte deze gronden, maar de rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris ook feiten uit eerdere verblijven mocht betrekken en dat de gronden voldoende waren gemotiveerd.
Verder stelde de eiser dat er geen zicht was op uitzetting omdat nog geen vlucht was aangevraagd en de Marokkaanse autoriteiten pas een laissez-passer (LP) verstrekken na een persoonlijke presentatie. De rechtbank volgde de uitleg van de Staatssecretaris dat het traject nog in een eerdere fase was en dat de LP-aanvraag correct was ingediend, waardoor er wel degelijk zicht was op uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat de Staatssecretaris voortvarend handelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding af.