ECLI:NL:RBDHA:2022:15135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen toegangsweigering op grond van middelenvereiste Schengengrenscode
Verzoeker, met de Ghanese nationaliteit, heeft de toegang tot Nederland geweigerd gekregen door de Koninklijke Marechaussee (KMar) op 1 november 2021. Tevens is het Schengenvisum type C door de Spaanse autoriteiten ingetrokken en is een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Verzoeker stelde dat het administratief beroep tegen deze besluiten redelijke kans van slagen heeft, omdat de KMar ten onrechte het middelenvereiste aan hem tegenwerpt en onterecht oordeelt dat hij niet over passende documentatie beschikt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker spoedeisend belang heeft vanwege een dreigende uitzetting binnen 48 uur, waardoor het verzoek ontvankelijk is. De rechter stelde vast dat het geldende richtbedrag voor kort verblijf in Spanje 100 euro per persoon per dag is, met een minimum van 900 euro per persoon. Verzoeker had slechts 800 euro contant bij zich, en samen met zijn partner, die 400 euro contant had, voldeden zij niet aan het gezamenlijke vereiste van 1800 euro.
De overgelegde creditcardkopie werd niet als geldig betaalmiddel erkend omdat deze niet op naam stond en niet was getekend. Gezien de cumulatieve voorwaarden van artikel 6, eerste lid Schengengrenscode, heeft het administratief beroep geen redelijke kans van slagen. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en hoefde verweerder geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering wordt afgewezen wegens niet voldoen aan het middelenvereiste.