ECLI:NL:RBDHA:2022:15130
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenrechtelijke zaak
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot wijziging van het verblijfsdoel van 'zoekjaar arbeid' naar 'verblijf bij familie- of gezinslid', welke door verweerder is afgewezen met een terugkeerbesluit en vertrektermijn van vier weken. Verzoeker maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening verzocht om in Nederland te mogen blijven tijdens de behandeling van het beroep.
Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken en aangeboden de proceskosten en het griffierecht te vergoeden, maar stelde niet expliciet dat verzoeker de hernieuwde behandeling van het bezwaar in Nederland kon afwachten. Verzoeker trok daarop het beroep in onder voorwaarde van toewijzing van de voorlopige voorziening. Verweerder verzette zich niet tegen deze voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening kennelijk gegrond is en wees het verzoek toe. Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat verweerder opnieuw op het bezwaar heeft beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759 en het griffierecht van €181. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker mag in Nederland blijven totdat het bezwaar opnieuw is behandeld en verweerder moet proceskosten en griffierecht vergoeden.