ECLI:NL:RBDHA:2022:15125
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel 'humanitair niet-tijdelijk' en verzocht om een voorlopige voorziening om de behandeling van het bezwaar in Nederland af te wachten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft zich niet verzet tegen dit verzoek.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek als kennelijk gegrond beoordeeld en de voorlopige voorziening toegekend. Dit houdt in dat de uitzetting van verzoeker uit Nederland wordt opgeschort totdat het bezwaarbesluit op de juiste wijze is bekendgemaakt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker en tot terugbetaling van het door verzoeker betaalde griffierecht. Beide partijen hebben afgezien van hun recht op mondelinge behandeling, waardoor het onderzoek ter zitting is achterwege gebleven.
De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt opgeschort tot na het bezwaarbesluit.