ECLI:NL:RBDHA:2022:15098
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring
Verzoeker, een Litouwse nationaliteit dragende persoon, is in 2017 naar Nederland gekomen en is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht op grond van het Unierecht ontnomen en ongewenst verklaard wegens een ernstige bedreiging voor de samenleving. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting bleek onduidelijk of verzoeker momenteel op strafrechtelijke of vreemdelingenrechtelijke titel in detentie verblijft, wat het spoedeisend belang van het verzoek beïnvloedt. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker om de bezwaarprocedure in Nederland af te wachten zwaarder weegt dan het belang van verweerder, mede omdat verweerder geen bezwaar maakte tegen toewijzing bij spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening toe, schortte het bestreden besluit en verbood verwijdering uit Nederland totdat op bezwaar is beslist. Tevens werd verzoeker vrijgesteld van griffierecht en kreeg hij een proceskostenvergoeding van €1.518 toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht wordt geschorst totdat op bezwaar is beslist.