Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:15083

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
1 februari 2023
Zaaknummer
NL22.23778
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring beroep

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 21 november 2022.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening gedaan om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 december 2022 behandeld, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk in de Georgische taal aanwezig was.

Op dezelfde dag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, wat betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.

De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.M. de Keuning en is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen nadat het beroep van verzoeker ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23778

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E.G. Angela).

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL22.23777, op 13 december 2022 op zitting behandeld. Verzoeker was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Jgamadze, in de Georgische taal. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL22.23777, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.
2. Nu op het beroep van verzoeker is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.C.M. van den Berg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.