Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:15082

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2022
Publicatiedatum
1 februari 2023
Zaaknummer
NL22.24452
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 30a Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure toegewezen

Verzoeker heeft een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard omdat geen nieuwe relevante elementen waren aangevoerd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening vanwege een voorgenomen uitzetting op 7 december 2022.

De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker vóór de zitting over te dragen aan Italië. Gezien de korte termijn waarop het beroep wordt behandeld en het ontbreken van een gemotiveerd belang van de staatssecretaris om de overdracht te versnellen, werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen.

De uitzetting werd geschorst totdat op het beroep is beslist, met een termijn van maximaal één week na de uitspraak. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 759,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt geschorst tot na de beslissing op zijn beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.24452

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Saakjan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de (opvolgende) aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op
1 december 2022 heeft verzoeker de rechtbank verzocht om vanwege zijn voorgenomen uitzetting op 7 december 2022 een ordemaatregel te treffen, inhoudende dat hij niet mag worden uitgezet totdat op zijn beroep is beslist.
Verweerder heeft bij schrijven van 2 december 2022 op het verzoek gereageerd.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.
2. Verweerder heeft de opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard [1] , omdat verzoeker geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die relevant kunnen zijn bij de beoordeling van zijn opvolgende aanvraag. Verzoekers beroep hiertegen is geregistreerd onder zaaknummer NL22.24451 en zal op 13 december 2022 door deze rechtbank op een zitting worden behandeld. Op 30 november 2022 is verzoeker aangezegd dat hij op 7 december 2022 om 8:40 uur zal worden overgedragen aan Italië.
3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep ter zitting aanwezig te zijn zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker daarvóór al over te dragen. De voorzieningenrechter zal dan ook bij wijze van ordemaatregel het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toewijzen en bepalen dat de verzoeker de uitkomst van zijn beroep in Nederland mag afwachten. De voorzieningenrechter weegt hierbij mee dat het beroep op korte termijn op zitting zal worden behandeld en verweerder niet heeft gemotiveerd wat het belang is om verzoeker daarvóór al over te dragen.
4. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 759,- (bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1; gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • schorst het bestreden besluit totdat is beslist op het beroep;
  • bepaalt dat verzoeker niet wordt overgedragen tot één week nadat de rechtbank op zijn beroep heeft beslist;
  • veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten ter hoogte van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De griffier heeft de beslissing op 5 december 2022 om 12.02 uur telefonisch bekend gemaakt aan de gemachtigde van verweerder en om 12.19 uur aan de gemachtigde van verzoeker.
De uitspraak is verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.