ECLI:NL:RBDHA:2022:15080
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en inreisverbod opgelegd
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen. Hij stelde betrokken te zijn geweest bij de PKK en problemen te ondervinden bij terugkeer naar Turkije, mede vanwege deelname aan demonstraties en dienstweigering. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de verklaringen en legde een inreisverbod van tien jaar op.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk betrokken was bij de PKK of dat hij problemen zou ondervinden bij terugkeer. Zijn verklaringen waren wisselend, summier en niet onderbouwd met documenten. Hoewel zijn deelname aan demonstraties geloofwaardig werd geacht, was dit onvoldoende om gegronde vrees voor vervolging aan te nemen. Ook de dienstweigering werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf en eerdere strafrechtelijke veroordelingen had.
De rechtbank constateerde een kennelijke verschrijving in het bestreden besluit over de duur van het inreisverbod, maar achtte het inreisverbod van tien jaar correct opgelegd en gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.