ECLI:NL:RBDHA:2022:15049
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische noodsituatie en ontoegankelijkheid zorg in Marokko
Verzoekster, met de Marokkaanse nationaliteit en een kwetsbare gezondheid, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 wegens medische omstandigheden. Dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen omdat niet was aangetoond dat noodzakelijke medische zorg in Marokko ontoegankelijk zou zijn.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitzetting op te schorten totdat de bezwaarprocedure was afgerond. De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks het ontbreken van concrete uitzettingsplannen, verzoekster een spoedeisend belang had omdat zij verwijderbaar is en uitzetting mogelijk onomkeerbare gevolgen kan hebben.
De rechter stelde vast dat verweerder onvoldoende had onderzocht of verzoekster in Marokko daadwerkelijk toegang zou hebben tot noodzakelijke medische zorg, zoals vereist door recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Verzoekster had onderbouwd dat zij geen netwerk heeft om mantelzorg te organiseren en dat er onzekerheid bestaat over haar plaatsing in een verzorgingstehuis.
Gelet op het reële risico op een medische noodsituatie en het ontbreken van een inhoudelijk standpunt van verweerder, woog het belang van verzoekster zwaarder dan dat van verweerder. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, de uitzetting opgeschort en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoekster wordt opgeschort totdat de bezwaarprocedure is afgerond.