ECLI:NL:RBDHA:2022:15034
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking asielbesluiten wegens bestuurlijke lus
Eiser diende beroep in tegen twee besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen. Het eerste besluit dateerde van 11 juni 2021 en het tweede van 24 juni 2022. Beide besluiten zijn later ingetrokken door verweerder. Eiser trok daarop zijn beroepen in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het tweede besluit een aanvullend besluit was dat onderdeel uitmaakte van het eerste besluit. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het eerste besluit mede betrekking op het tweede besluit, zodat een tweede beroep niet nodig was. Daarom wees de rechtbank het verzoek om twee procespunten af, maar kende wel 1,5 procespunt toe vanwege de nieuwe besluitvorming over een wezenlijk onderdeel van de asielaanvraag.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €1.138,50, gebaseerd op 1,5 procespunt met een waarde van €759 per punt en een wegingsfactor van 1. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 26 oktober 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €1.138,50 aan proceskosten aan eiser.