ECLI:NL:RBDHA:2022:15028
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is niet in behandeling genomen omdat Italië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 20 september 2022 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was wegens verhindering.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL22.17446) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is mondeling gedaan en op 28 september 2022 bekendgemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.