ECLI:NL:RBDHA:2022:15007
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 september 2022, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de hoofdzaak inmiddels was behandeld en een uitspraak was gedaan. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 27 september 2022 door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, en mr. M.A.W.M. Engels, griffier. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.