ECLI:NL:RBDHA:2022:14995
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake Dublinprocedure verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een verwante zaak op 11 oktober 2022 behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.18165) een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, en bekendgemaakt op 13 oktober 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.