ECLI:NL:RBDHA:2022:14959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen terugvordering Tozo-uitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiser ontving een Tozo-uitkering over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020, die door verweerder werd teruggevorderd middels een besluit van 15 maart 2021. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De termijn voor het indienen van bezwaar bedraagt zes weken na ontvangst van het besluit.
Eiser stelde dat hij door omstandigheden, waaronder het genereren van inkomsten en problemen met zijn boekhouder, niet tijdig bezwaar kon maken. De rechtbank oordeelde echter dat deze redenen onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De verantwoordelijkheid voor het tijdig indienen van het bezwaar lag bij eiser, ook als zijn boekhouder dit niet tijdig had gedaan.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend zonder verschoonbare reden.