ECLI:NL:RBDHA:2022:14920
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na gegrond beroep
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 september 2022 afgewezen als ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 3 oktober 2022, samen met de hoofdzaak. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde en een tolk aanwezig. De gemachtigde van verweerder was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het beroep gegrond is verklaard in de hoofdzaak, er geen noodzaak meer is voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. P.J.M. Mol en bekendgemaakt op 7 oktober 2022.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard.