Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 20 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op ontduiking van toezicht. Eiser betwist de gronden van bewaring niet, maar voert aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten een lichtere maatregel rechtvaardigen. De rechtbank stelt vast dat een GGD-arts eiser detentiegeschikt heeft verklaard en dat verweerder de belangenafweging, inclusief lichamelijke klachten, heeft gemaakt. Psychische klachten zijn niet tijdens het onderzoek gemeld en konden daarom niet worden meegewogen.
Eiser betoogt ook dat de overdracht aan Zweedse autoriteiten vertraagd is, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende duidelijkheid heeft gegeven over de overdrachtsdatum en dat het Openbaar Ministerie inmiddels geen bezwaar meer maakt tegen overdracht. Verder is geoordeeld dat verweerder voortvarend heeft gehandeld bij het boeken van de vlucht, rekening houdend met de beroepstermijn en het bezwaar van het OM.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.