ECLI:NL:RBDHA:2022:14792
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Roemenië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 30 augustus 2022 behandeld, waarbij verzoeker met zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was. Verweerder was verhinderd en niet aanwezig.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en er een uitspraak is gedaan in de gerelateerde zaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een uitspraak is gedaan.