ECLI:NL:RBDHA:2022:1476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Jeugdstrafzaak openlijke geweldpleging met schuldigverklaring zonder strafoplegging
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen de verdachte, geboren in 2002, wegens openlijke geweldpleging op 18 mei 2017. De verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen de aangever te hebben geslagen, vastgehouden en geschopt, wat leidde tot een lichte hersenschudding bij het slachtoffer. Ondanks de forse overschrijding van de redelijke termijn van 16 maanden, werd het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaard.
De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte een wezenlijke bijdrage leverde aan het geweld, ook al was hij niet degene die het meeste geweld gebruikte. De verdediging betoogde dat de verdachte niet tegen het hoofd van het slachtoffer had geschopt, maar dit werd verworpen vanwege het openlijk in vereniging plegen van geweld.
De rechtbank legde geen straf op vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de positieve ontwikkeling van de verdachte. De vordering van de benadeelde partij voor materiële en immateriële schade werd deels toegewezen: €50 materiële schade en €400 immateriële schade, met wettelijke rente vanaf 18 mei 2017. De rest van de vordering werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging wegens termijnoverschrijding; deels toegewezen schadevergoeding van €450 met rente.