Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2022 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
: Andapar B.V., te Den Haag, vergunninghoudster.
Rechtbank Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 15 december 2021 een omgevingsvergunning voor het veranderen en vergroten van een hotel door het plaatsen van een twee-laagse uitbouw aan de achterzijde van het gebouw. Verzoekster, een directe buur, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 18 februari 2022 en oordeelde dat het positieve welstandsadvies van 20 oktober 2021 voldoende gemotiveerd was en dat het flora- en faunaonderzoek, inclusief het rapport over vleermuizen, betrouwbaar was. Ook werd geoordeeld dat de vergunning in overeenstemming is met het bestemmingsplan ‘Scheveningen-Dorp’ en dat de belangenafweging niet tot weigering van de vergunning leidde.
Verder werd vastgesteld dat de parkeeroplossing acceptabel is, mede door een huurovereenkomst voor een parkeerplaats die niet tussentijds kan worden opgezegd. De voorzieningenrechter concludeerde dat geen van de weigeringsgronden uit artikel 2.10 van de Wabo zich voordeed en dat het primaire besluit naar verwachting stand zal houden bij de bezwaarprocedure.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de hoteluitbreiding wordt afgewezen.