Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, kreeg op 15 augustus 2022 een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 augustus 2022. Eiser betwistte de gronden voor de bewaring niet, maar stelde dat een lichter middel dan vrijheidsberoving had moeten worden toegepast, aangezien hij zelf bereid was tot overdracht en vrijheidsberoving het zwaarste middel is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de maatregel van bewaring oplegde, omdat eiser meerdere malen met onbekende bestemming vertrok en twee keer weigerde mee te werken aan een covid-test die noodzakelijk was voor zijn overdracht aan Duitsland. Hierdoor werd de overdracht gefrustreerd. Een lichter middel zou onvoldoende zijn geweest om het vertrek uit Nederland te waarborgen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.