ECLI:NL:RBDHA:2022:14698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid lidmaatschap Black Axe en mensensmokkelaar
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 14 december 2020 een asielaanvraag in, die aanvankelijk onder de Dublinverordening viel. Na toelating tot de nationale procedure werd hij gehoord over zijn asielrelaas, waarin hij stelde dat hij problemen had met de criminele organisatie Black Axe en een mensensmokkelaar die hem een voodoo-spreuk had opgelegd.
Verweerder achtte het eerste element van het relaas geloofwaardig, maar vond de overige elementen ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiser, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over vertrekdata, het ontbreken van documenten, en onvoldoende onderbouwing van zijn beweringen over de Black Axe en de mensensmokkelaar.
De rechtbank benadrukte dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom hij niet terug kon naar Nigeria en dat de verklaringen over de mensensmokkelaar niet strookten met eerdere verklaringen. Ook het ontbreken van aangifte tegen de mensensmokkelaar in Nederland of Italië werd meegewogen.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning terecht was afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker is ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van zijn relaas, waardoor de verblijfsvergunning is afgewezen.