Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Tijdens de uitvoering is er in eerste instantie een begin gemaakt door de eigenaar van de kiosk aan de [adres] [nummer] . Hierop is besloten om de uitvoering uit te stellen. Nadat bleek dat er onvoldoende vordering zat in de uitvoering, is het werk alsnog conform offerte uitgevoerd. Door de vertraging in de werkzaamheden is het werk uitbesteed aan de firma [bedrijfsnaam 2] BV. Doordat er manuren zijn gereserveerd voor de uitvoering op 19 december 2019 en er extern mensen ingehuurd zijn bij de daadwerkelijke verwijdering van de kiosk en het schoon opleveren van het terrein op 20 december 2019, zullen er geen kosten in mindering worden gebracht op de factuur.’ De rechtbank kan deze redenering niet volgen, nu de geoffreerde werkzaamheden zagen op de datum na 18 december 2019 (en daarmee op 19 en 20 december) en ook toen zijn uitgevoerd. Het is de rechtbank daarom ook niet duidelijk op welke wijze er vertraging zou zijn ontstaan of waarom het nodig was om (extra) manuren te reserveren dan wel in te huren voor de reeds geoffreerde werkzaamheden. Verweerder heeft dit ter zitting niet kunnen ophelderen. Derhalve is onvoldoende gemotiveerd waarom er - anders dan voor de kosten voor de containers van [bedrijfsnaam 3] - voor de door [bedrijfsnaam 4] verrichte werkzaamheden geen kosten in mindering gebracht zijn.