Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:14671

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2022
Publicatiedatum
16 januari 2023
Zaaknummer
10247832 RL EXPL 22-20144
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens wanbetaling

De gezamenlijke erfgenamen van wijlen [erflaatster] hebben bij dagvaarding van 14 december 2022 de ontbinding van de huurovereenkomst geëist tegen de gedaagde partij die niet is verschenen en niet heeft gereageerd. De kantonrechter heeft verstek verleend wegens het niet verschijnen van de gedaagde.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze bij verstek toe. De huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan een adres te een plaats wordt ontbonden. De gedaagde wordt veroordeeld het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te verlaten en te ontruimen.

Daarnaast wordt de gedaagde hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €12.816,37 vermeerderd met wettelijke rente over €12.196,66 vanaf 15 december 2022 tot voldoening, en een maandelijkse vergoeding van €716,50 voor iedere maand dat het gehuurde na 31 december 2022 in bezit blijft. Tevens worden de proceskosten van €1.211,32 toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige huur en kosten.

Uitspraak

Grosse afgegeven aan de eisende partij op

Rechtbank Den Haag

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
Rolnr.: 10247832 RL EXPL 22-20144
Extern kenmerk: 52101567

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de gezamelijke erfgenamen van wijlen [erflaatster] , zijnde:
1. [eiser 1]te [woonplaats] ,
2. [eiser 2]te [woonplaats] ,
3. [eiser 3]te [woonplaats] ,
4. [eiser 4]te [woonplaats] ,
5. [eiseres]te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
1. [gedaagde 1]thans zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen en/of buiten
Nederland,
2. [gedaagde 2]thans zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen en/of buiten Nederland,
gedaagde partij.

Het procesverloop

Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding van 14 december 2022 waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.

Beoordeling van het geschil

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden, met dien verstande dat de rente zal worden toegewezen als hierna vermeld en dat aan gedaagde partij een ontruimingstermijn van 14 dagen zal worden gegeven.

Beslissing

De kantonrechter,
1. ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te [plaats] ;
2. veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis met al de zijnen/haren en het zijne/hare te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de eisende partij te stellen;
3. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 12.816,37 vermeerderd met de wettelijke rente over € 12.196,66 vanaf 15 december 2022 tot de dag der voldoening en voorts te betalen een bedrag van € 716,50, dan wel het bedrag dat gedaagde partij na huurprijswijziging verschuldigd zou zijn bij voortzetting van de huurovereenkomst, voor iedere maand gedurende welke gedaagde partij het gehuurde na 31 december 2022 in bezit zal houden, een ingegane maand voor een volle gerekend;
4. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 1.211,32, waaronder € 373,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij;
5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2022.
de griffier, de kantonrechter,