ECLI:NL:RBDHA:2022:14619
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Duitsland
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 augustus 2022 behandeld, waarbij verzoekster en haar gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu op het beroep uitspraak is gedaan in de gerelateerde zaak, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 15 augustus 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de zaak reeds op beroep is beslist.