ECLI:NL:RBDHA:2022:14603
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke zaak tegen UWV
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een bestuursrechtelijke procedure tegen het UWV, waarin zij bezwaar maakte tegen een besluit van het UWV. Zij stelde dat de rechter niet goed naar haar had geluisterd en vooringenomen was, omdat de rechter het betoog van het UWV volgde en een mogelijke nadelige uitspraak aankondigde.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal van de zitting en de schriftelijke reactie van de rechter. Er is geen bewijs gevonden dat de rechter niet naar verzoekster heeft geluisterd. Het aankondigen van een mogelijke uitspraak die niet in het voordeel van verzoekster is, vormt geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.
De wrakingskamer concludeert dat de rechter onpartijdig is en wijst het wrakingsverzoek af. Het bestuursrechtelijk proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.