Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Proces-verbaal van de terechtzitting
[verdachte] ,
in België wonende op het adres: [adres] .
Aantekening van het mondeling vonnis
De inhoud van de tenlastelegging
Alle gebruikte bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring
Het plan om dit te gaan doen is gegroeid en was niet van iemand specifiek. We hebben een chatgroepje, daar hebben we het in besproken. Daar is het in ontstaan. Dat groepje is met de twee andere heren.
(p. 22-23);
V: Op welke manier hebben jullie afspraken gemaakt over hoe jullie het gingen aanpakken?
Bewijsoverweging
De bewezenverklaring
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de gronden daarvoor
enhet doel/de bedoeling van degene die handelt. Weliswaar was het doel of de intentie van verdachte voor hemzelf en zijn medeverdachten duidelijk, maar het gaat om een uiting en uit de reacties van de aanwezige bezoekers bleek dat de boodschap achter deze actie niet duidelijk was en dat het beoogde doel niet werd bereikt. Vanuit objectief oogpunt was niet op een directe manier duidelijk welke mening werd geuit. De intentie achter het zich vastplakken aan of bij een schilderij en het uitgieten van een rode substantie werd voor het publiek, zelfs met T-shirts met opdruk en de uitgesproken tekst, niet meteen duidelijk. De relatie tussen nationaal erfgoed en de klimaatdiscussie is niet vanzelfsprekend. Het verband tussen de aard van de actie en het standpunt dat men kenbaar wilde maken was niet evident. Dit is een wezenlijk verschil met de door de raadsman naar voren gebrachte jurisprudentie waarin dat duidelijke verband er wel was. Dit maakt dat, naar het oordeel van de politierechter, de verweten gedraging niet binnen de reikwijdte van artikel 10 EVRM Pro valt en geen bescherming geniet. Dat, zoals de raadsman naar voren heeft gebracht, later steunbetuigingen zijn geuit over deze actie maakt het gedrag en de aard daarvan op dat moment niet anders.
De strafbaarheid van de verdachte en de gronden daarvoor
De strafoplegging
De toepasselijke wetsartikelen
Beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden;
één (1) maand, niet zal worden tenuitvoergelegd, onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het eind van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;